• Zoeken
  • Evenementen
  • Berichten
  • Favorieten
  • Mijn account
  • Winkelwagen

Repowering – zo controleer je of je PV-installatie een update nodig heeft

Bijgewerkt op 03. augustus 2026
9 min. leestijd

Veel oudere PV-installaties draaien niet meer op volle toeren – zelfs de meest duurzame zonnepanelen worden op een gegeven moment oud. Bovendien staat de vooruitgang niet stil en zijn moderne zonnepanelen aanzienlijk krachtiger dan eerdere modellen. Je kan van deze ontwikkeling profiteren. Hoe? Het antwoord is: repowering. Wat dat betekent en hoe je de behoefte aan repowering herkent, leggen we je uit in deze blog. 

Tussen 2008 en 2015 zijn de eerste commerciële PV-installaties geïnstalleerd. Deze installaties hebben nu de uitdaging dat de omvormers defect raken en vervangen moeten worden. Na 10, 15 of zelfs 20 jaar hebben installaties vaak een update nodig: terwijl in 2010 zonnepanelen met een vermogen van rond de 200 Wp de norm waren, bieden moderne panelen 550 Wp en meer. Voor de energietransitie wordt solar repowering dus steeds belangrijker, omdat het door efficiëntieverhoging het aandeel van hernieuwbare energie in de energiemix vergroot, zonder dat je PV-installaties hoeft te installeren. Maar wat is repowering precies?

Wat betekent repowering eigenlijk?

Repowering betekent dat je het vermogen van een PV-installatie weer op 100 % brengt of zelfs nog verhoogt. Dat kan op verschillende manieren: allereerst kan je de installatie reinigen. Dat moet je bij PV-installaties die je beheert minstens om de 5 jaar doen, maar beter om de 2 jaar. Dan is er nog de ‘verjongingskuur’ voor de PV-installatie, waarbij je de componenten controleert, reinigt en indien nodig accessoires vervangt. Bij een volledige repowering vervang en moderniseer je de kerncomponenten van een bestaande PV-installatie. Dit kan door oude zonnepanelen, omvormers of andere componenten te vervangen door nieuwe, krachtigere modellen.

Het gaat er dus om oude of defecte onderdelen te vervangen door nieuwe. Hierdoor wordt de installatie niet alleen efficiënter, maar ook veiliger voor materiaal en personen. Zo zorg je ervoor dat de installatie weer op volle kracht presteert, wat zowel je portemonnee als het milieu en – door een hoger eigen verbruik – het elektriciteitsnet ontziet.

Repowering omvat dus drie stappen: 

  • Reiniging: zelfs een eenvoudige reiniging van de zonnepanelen kan de efficiëntie aanzienlijk verhogen.
  • Gedeeltelijke vervanging: het vervangen van afzonderlijke componenten, zoals defecte zonnepanelen of omvormers.
  • Volledige vervanging: volledig nieuwe zonnepanelen en omvormers voor maximale efficiëntie.

Checklist: in 10 stappen naar een beslissing over repowering

Met deze checklist kan je in 10 stappen systematisch de repowering behoefte van een PV-installatie controleren en zo weloverwogen beslissingen nemen over hoe je verder wilt gaan: 

1. Controleer de modulecapaciteit

De eerste stap kan je vanuit je kantoor uitvoeren dankzij de gegevensmonitoring van de omvormer of het energiemanagementsysteem: Vergelijk het huidige rendement van de PV-installatie met de waarden uit het verleden en de verwachte opbrengsten. Gebruik online tools voor opbrengstprognoses om de prestaties van je installatie te vergelijken met vergelijkbare installaties in je regio. Let op afwijkingen in de prestaties van afzonderlijke modules – deze kunnen wijzen op vervuiling of schade die de hele string beïnvloedt.

2. Zoek naar schade aan panelen 

Inspecteer de panelen op scheuren, barsten, verkleuringen, vervuiling enz. Belangrijk: let daarbij vooral op corrosie aan de moduleframes. Deze kunnen een veiligheidsrisico voor de installatie vormen, bijvoorbeeld doordat er water in de installatie terechtkomt. 

Gebruik vervolgens een infraroodcamera om thermische zwakke plekken in de panelen te identificeren. Bijzonder hete plekken, zogenaamde hotspots, duiden op schade aan het paneel. Hotspots verhogen de weerstand in de string, wat de energieopbrengst vermindert. Bovendien vormen ze op den duur een brandrisico. Bijzonder koude plekken of panelen zijn een aanwijzing dat afzonderlijke cellen of het hele paneel niet meer functioneren.

3. Controleer de uitlijning en helling van de panelen

Analyseer de uitlijning en helling van de panelen met betrekking tot de zonnestraling. Controleer daarbij of de panelen in de loop van de tijd aan vermogen hebben ingeboet door schaduw: nieuwe bomen of gebouwen in de buurt kunnen ervoor zorgen dat een PV-installatie niet meer optimaal presteert.  

Je kan vervolgens de uitlijning en helling van de panelen optimaliseren, maar hiervoor kan een nieuwe montage nodig zijn. Een andere mogelijkheid is om paneel-optimalisatoren te installeren die beschaduwde panelen overslaan.

4. Stringproblemen vaststellen 

Controleer de strings op beschadigingen, schuurplekken of UV-blootstelling. Meet vervolgens de spanningsval in de strings. Als je defecte of beschadigde stekkerverbindingen vindt, moet je deze opnieuw bedraden.

5. Aardingstest 

In deze stap meet je, net als bij de eerste installatie, de aardingsweerstand van de installatie. Zorg ervoor dat de aardingsinstallatie voldoet aan de huidige normen. In het laagspanningsbereik is hier vooral DIN VDE 0100-540 van toepassing. Deze norm schrijft momenteel aardingskabels met een diameter van minimaal 6 mm² voor.

6. Controle van de overspanningsbeveiliging 

Na de aardingscontrole zijn de overspanningsbeveiligingsapparaten aan de beurt. Onderwerp ze aan een functietest: als ze niet volledig functioneel zijn, moet je ze onmiddellijk vervangen. Als de apparaten nog werken, moet je ervoor zorgen dat ze nog steeds geschikt zijn voor de grootte van de installatie. Hier zijn de normen DIN VDE 0100-443 en DIN VDE 0100-534 van toepassing.

7. Bekabeling aan de AC-zijde 

Controleer de bekabeling aan de AC-zijde op beschadigingen, knikken, schuurplekken en directe blootstelling aan UV-straling. Te sterke UV-straling gedurende een te lange periode kan de kabelmantel broos maken. Controleer vervolgens de aansluitingen in de omvormer en in de zekeringkasten en vervang oude of kapotte kabels. Bij het controleren en vervangen moet je ervoor zorgen dat de kabeldoorsneden voldoende gedimensioneerd zijn: als de kabels te dun zijn, vormen ze een bottleneck voor de stroomopbrengst van de PV-installatie. Gebruik minimaal 5x4 mm². 

8. Bekabeling aan de DC-zijde 

Nu is het tijd voor de DC-zijde: inspecteer de DC-zonnekabels net als de aardings- en AC-kabels op beschadigingen, schuurplekken en UV-blootstelling. Sla daarbij geen enkele aansluiting over: je moet de kabelaansluitingen op de modules, stringcollectoren en omvormers afzonderlijk controleren. Controleer vervolgens of de stekkers correct en waterdicht zijn gecrimpt.

9. Natuurlijke factoren 

Bij het inspecteren van de modules en bekabeling zijn er nog andere factoren waarmee je rekening moet houden: 

  • Begroeiing: Controleer de panelen op mos- of algengroei, die de prestaties kan beïnvloeden. Vooral verstopte afvoeren in de paneelframes kunnen leiden tot mosgroei. Een eenvoudige reiniging kan hier helpen.
  • Bladeren: zelfs als een boom de panelen niet direct hindert door schaduw, kunnen vallende bladeren zich op de panelen ophopen, vooral als ze slechts licht hellen. Zelfs een enkel nat blad dat op het oppervlak van het paneel blijft plakken, kan meerdere zonnecellen in het paneel overschaduwen.
  • Aangevreten door dieren: Vooral de DC-zijdige zonnepanelenkabels worden vaker beschadigd door aangevreten door dieren. Controleer daarom ook of de kabels bijtsporen of gaten in de mantel hebben en vervang ze indien nodig.

10. Welke repowering is de moeite waard? 

Op basis van de eerste 9 stappen bepaal je welk type repowering nodig is. Als je vaststelt dat een eenvoudige reiniging van de PV-installatie of het vervangen van afzonderlijke kabels niet voldoende is, of als je klant meer PV-vermogen wenst – bijvoorbeeld voor een wallbox of warmtepomp – dan wordt het serieus: repowering door vervanging van de panelen en omvormers. Hierbij moet je rekening houden met deze 3 factoren: 

  • Omvormer:

Wanneer je de panelen laat liggen, maar alleen de omvormer gaat vervangen dan is het noodzakelijk dat je kijkt naar de string voltage en het aantal string aansluitingen op de omvormer. Ook het vermogen van de omvormer is belangrijk en voldoet de gehele installatie na aanpassingen nog aan de eisen die gesteld worden voor een Scope12 inspectie. 

  • Uitbreidingspotentieel: 

Over uitbreiding gesproken: als de klanten meer zonne-energie willen gebruiken, heb je daarvoor mogelijk ook meer ruimte nodig. Controleer daarom of het dak of het terrein ruimte biedt voor extra panelen. 

  • Verhoogd eigen verbruik: 

Analyseer het stroomverbruik en kijk of een uitbreiding van de installatie zinvol is om het eigen verbruik te verhogen. Houd daarbij rekening met mogelijke toekomstige investeringen, zoals warmtepompen of wallboxen. Onze zelfvoorzieningscalculator helpt je daarbij. 

Conclusie

Repowering zorgt ervoor dat de installaties blijven presteren. De verwachten levensduur van zonnepanelen is ongeveer 25 jaar, die van omvormers tussen de 10 en 15 jaar. Onderhoud is belangrijk om een veilige PV-installatie te hebben en te behouden voor de toekomst.

Samenvatting

  • Repowering is het moderniseren van PV-installaties door ze te reinigen, afzonderlijke onderdelen te vervangen of de panelen en omvormers volledig te vervangen.
  • Er zijn veel oudere PV-installaties die baat hebben bij repowering.
  • Repowering verhoogt de efficiëntie van een zonne-installatie, verbetert de veiligheid en kan het aandeel van het eigen verbruik voor de gebruikers aanzienlijk verhogen.
  • Je controleert de repoweringbehoefte aan de hand van onze checklist en bepaalt welk type repowering een installatie nodig heeft.
Even geduld. De meldingen komen naar je toe.
Meldingen
    Oeps! Er ging iets fout met het laden van de meldingen